Nieuws

   02/11/2017

Recente arresten van het Hof van Beroep Gent en het Hof van Cassatie in het kader van de IOS-procedure.

Recente arresten van het Hof van Beroep Gent en het Hof van Cassatie in het kader van de IOS-procedure.

Het hof van Beroep te Gent heeft in datum van 23/10/2017 een arrest uitgesproken in het kader van de nieuwe wetgeving van de “invordering van onbetwiste geldschulden”.
Het beroep was gericht tegen een vonnis uitgesproken door de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Brugge dd. 05.01.2017 waarbij de Rechtbank heeft geoordeeld om bij toepassing van artikel 780bis Ger.W. de appellante te veroordelen tot een geldboete van 250 EUR.
Artikel 780bis Ger.W is gebaseerd op de theorie van rechtsmisbruik en viseert zowel het gebruiken van een procedure alsook het gebruiken of niet respecteren van de procedureregels. Het rechtsmisbruik impliceert een gekwalificeerde fout, die niet noodzakelijk gewild is, maar wel evident en die vastgesteld wordt bij marginale toetsing.
De fout die de eerste rechter appellante verwijt is dat zij een vordering heeft ingeleid bij de Rechtbank van Koophandel tot het bekomen van een geldschuld en niet geopteerd heeft voor de procedure voorzien in art. 1394/20 e.v. Ger.W. tot invordering van onbetwiste geldschulden en dat zij hierbij het gerechtelijk apparaat onrechtmatig heeft belast met een zaak waarin geen geschil moet beslecht worden.
Het Hof van Beroep stelt dat de schuldeiser de mogelijkheid, maar niet de verplichting, heeft om zijn schuldvordering te innen via de IOS-procedure. Omwille van het facultatief karakter oordeelde de eerste rechter ten onrechte dat appellante moet verantwoorden waarom zij in casu geen gebruik maakt van die IOS-procedure.
Verder haalt het Hof van Beroep aan dat de schuldeiser een belang/voordeel kan hebben bij een “klassieke” gerechtelijke procedure, nu de nieuwe IOS-procedure de inning van de invorderingskosten beperkt tot maximaal 10% van de hoofdsom.
In de nieuwe procedure ex artikel 1394/20 Ger.W. lopen er geen verdere intresten meer lastens de schuldenaar na datum van de aanmaning en het PV van niet-betwisting. Verder haalt het Hof van Beroep aan dat er geen termijn is bepaald voor het aantekenen van een verzet ten gronde overeenkomstig artikel 1394/24 §3 Ger.W.
Het hof heeft geconcludeerd dat het beroep tegen de opgelegde boete van 250 EUR gegrond is en doet de bestreden vonnis van 05/01/2017 teniet en maakt de veroordeling tot het betalen van een geldboete van 250,00 EUR ongedaan.
De Belgische staat wordt veroordeeld tot de gedingskosten van de beroepsprocedure.

Eveneens het Hof van Cassatie heeft in datum van 12/10/2017 eveneens een arrest uitgesproken in het kader van deze nieuwe wetgeving.
Het Hof oordeelt dat de keuze voor een gewone gerechtelijke procedure in plaats van voor de procedure van invordering van onbetwiste geldschulden, op zich geen fout uitmaakt, noch blijk geeft van procesmisbruik.
De rechters die anders oordelen en op deze gronden de proceskosten ten laste leggen van de eiser, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.
Het Hof van Cassatie vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de gedingkosten ten laste van de eiser heeft gelegd, onverminderd artikel 1024 Ger.W.

 

Klik hier voor de volledige weergave van het arrest van het Hof van Cassatie.

Klik hier voor de volledige weergave van het arrest van het Hof van Beroep.

   23/10/2017

Eerste rechtspraak in de procedure IOS

De eerste rechtspraak in de procedure IOS, gepubliceerd in T.G.R./T.W.V.R. (tijdschrift voor Gentse rechtspraak en tijdschrift voor West-vlaamse rechtspraak), 2017, nr 3.​

 

Klik hier voor de volledige rechtspraak

   16/05/2017

Wijziging zittingstijden Vredegerecht kanton Wervik en Vredegerecht kanton Torhout.

In het Belgisch Staatsblad van 2 mei 2017 werd de beschikking tot wijziging van het bijzonder reglement van de vredegerechten West-Vlaanderen bekend gemaakt, reeds aangevuld bij publicatie in het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2017.
Hierbij werden de zittingstijden van het Vredegerecht kanton Wervik en kanton Torhout gewijzigd.

Voor het Vredegerecht kanton Wervik dient te worden ingeleid elke 1e en 3e dinsdag van de maand om 14.00 uur in de namiddag.
Voor het Vredegerecht kanton Torhout kan enkel worden ingeleid elke dinsdagvoormiddag om 09.30 uur.

De nieuwe zittingstijden gaan in voor het Vredegerecht kanton Wervik vanaf 01/06/2017. Voor het Vredegerecht kanton Torhout gaat de wijziging pas in vanaf 01/09/2017.

 

   28/04/2017

Publicatie KB tot uitvoering van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand !

Gisteren werd alsnog in de tweede editie van het Belgisch Staatsblad het Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand gepubliceerd.

Zoals bepaald in de omzendbrief nr. 256 dd. 21 april 2017 uitgaande van FOD Justitie, voorziet het Koninklijk Besluit dat de wet van 19 maart 2017 in werking treedt op maandag 1 mei 2017.

Klik hier voor de volledige publicatie van het KB in het Belgisch Staatsblad.

 

Bekijk hier de publicatie.

   27/04/2017

De inleiding voor een Rechtbank bij dagvaarding of verzoekschrift opnieuw duurder !!!

De inleiding voor een Rechtbank bij dagvaarding of verzoekschrift opnieuw duurder !!!


Oprichting Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand

Bij wet van 19 maart 2017 (B.S. 31 maart 2017) werd een fonds voor de juridische tweedelijnsbijstand opgericht.

De idee voor de wettelijke oprichting van een “pro-deofonds” ten voordele van de advocaten die de tweedelijnsbijstand verzorgen, bestond reeds in de vorige legislatuur en ontstond door het steeds toenemend aantal dossiers en kosten verbonden aan de pro-deobijstand, met als speerpunt (het kostenplaatje rond) de introductie van de Saldus-wetgeving. Het principe kadert in de algemene hervorming van de tweedelijnsbijstand.

Waar het Begrotingsfonds initieel gespijsd zou worden door de veroordeelde partijen in strafzaken, werd dit uitgebreid naar de burger- en administratiefrechtelijke contentieux.

Artikel 4, §2 van de wet bepaalt voor burgerlijke zaken het volgende :

“Voor de zaken die volgens de burgerlijke rechtspleging worden behandeld, is voor elke gedinginleidende akte die op een van de rollen bedoeld in de artikelen 711 en 712 van het Gerechtelijk Wetboek wordt ingeschreven, op het ogenblik van die inschrijving, door elke eisende partij, een bijdrage aan het Fonds verschuldigd. Zonder betaling van deze bijdrage wordt de zaak niet inschreven.”

De bijdrage voor het Fonds dient dus per eisende partij te worden betaald bij elk verzoekschrift of dagvaarding. De bijdrage bedraagt 20 euro, verbonden aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, en is gekwalificeerd als gerechtskost in de zin van artikel 1018 Ger.W. Deze kost zal worden aangerekend in de dagvaarding door de gerechtsdeurwaarder.

In hetzelfde artikel worden enkele categorieën voorzien die vrijgesteld zijn van het betalen van de bijdrage. Kort samengevat zijn dit :

- alle personen die juridische tweedelijnsbijstand of rechtsbijstand genieten. Dit geldt ook voor straf- en administratiefrechtelijke zaken.
- vordering in het kader van de Arbeidsongevallenwet / Beroepsziekten
- socialezekerheidsgeschillen
- vordering overeenkomstig art. 1675/4 Ger.W.
- vordering overeenkomstig art. 138bis Ger.W.

Op fiscaal vlak behoort de bijdrage net als de rol- en registratierechten niet tot de maatstaf van heffing, en dient er geen BTW op te worden gerekend.

Overeenkomstig art. 10 van deze wet treedt deze in werking op de door de Koning bepaalde datum. De omzendbrief nr 256 dd. 21 april 2017 uitgaande van FOD Justitie bepaalt dat deze wetgeving echter al vanaf maandag 01 mei 2017 zou ingaan, niet tegenstaande het Koninklijk Besluit nog niet is gepubliceerd op vandaag. Deze omzendbrief bepaalt alle modaliteiten mbt de toepassing van de wet. Klik hier voor dit document.


Gezien onze ervaringen gedurende de laatste jaren, worden de Koninklijke Besluiten steeds last minute gepubliceerd. Hierdoor hebben wij pro actief gehandeld en alle dagvaardingen reeds op rol gebracht.

 

Klik hier voor dit document.

   31/03/2017

Connexx - General Assembly

Op vrijdag 31 maart 2017 hield Connexx, an International Collection & Enforcement Network, haar 13° General Assembly of here memb ers in Nice (France).

Met de aanwezigheid van bijna alle partners werd het belang van het Netwerk en de onderlinge samenwerking ertussen nogmaals benadrukt. Het Europese betalingsverkeer en voorop de uitbreiding van e-commerce doen het aantal grensoverschrijdende invorderingen zeer sterk toenemen. Providers beperken zich niet meer tot hun eigen land, en zijn in nagenoeg gans Europa en zelfs daarbuiten werkzaam.
Met de aanwezigheid en toetreding van de nieuwe partner uit Lithuania, is Connexx in Oost-Europa aan een sterke groei bezig.
Connexx is dan ook het instrument waardoor een partner aan zijn klanten een onschatbare swervice kan leveren in buitenlandse vorderingen.

 

www.connexxeu.com

connexx.jpg

   20/03/2017

Het bevel tot betalen in geval van niet-betaling van een penale boete

In het hoofdstuk II/1 van Titel V van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, ingevoegd bij de wet van 22 april 2012, wordt het Bevel tot betalen ingevoerd.

Wanneer zowel de in artikel 65, § 1, bedoelde som als de in artikel 216bis, § 1, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde geldsom niet binnen de bepaalde termijn worden betaald, kan de Procureur des Konings aan de overtreder een bevel geven tot betalen van de op deze overtreding toepasselijke geldsom, verhoogd met 35 % en desgevallend met de bijdrage voor het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders.
De betaling moet gebeuren binnen een termijn van dertig dagen volgend op de dag van ontvangst van het bevel.

Dit bevel wordt per aangetekende zending of per gerechtsbrief verstuurd aan de overtreder.

Het bevel tot betalen wordt geacht te zijn ontvangen de derde werkdag na de dag van de afgifte van de aangetekende zending of gerechtsbrief aan de post.

De overtreder of diens advocaat kan binnen de dertig dagen volgend op de dag van ontvangst van het bevel tot betalen beroep aantekenen bij de bevoegde politierechtbank. Het beroep wordt ingesteld bij een verzoekschrift dat neergelegd wordt op de griffie van de bevoegde politierechtbank of bij een aangetekende zending of via elektronische post die aan de griffie worden verzonden. In die laatste gevallen geldt de datum van verzending van de aangetekende zending of van de elektronische post als datum waarop het verzoekschrift werd ingediend.
Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Op straffe van onontvankelijkheid vermeldt het verzoekschrift het nummer van het proces-verbaal.
Het verzoekschrift wordt ingeschreven in het daartoe bestemde register.
De verjaring van de strafvordering wordt geschorst vanaf de dag dat het verzoekschrift wordt ingediend, tot de dag dat het definitief vonnis wordt gewezen.

De overtreder wordt binnen een termijn van dertig dagen vanaf de inschrijving in het daartoe bestemde register door de griffier per gerechtsbrief of per aangetekende zending opgeroepen om te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt. De griffier zendt een kopie van het verzoekschrift over aan de procureur des Konings en deelt hem de datum van de zitting mee.

Indien het beroep ontvankelijk wordt verklaard, wordt het bevel tot betalen als niet bestaande beschouwd.

De procureur des Konings of de door hem aangestelde parketjurist, verklaart de lijsten met de bevelen tot betalen uitvoerbaar. Deze lijsten vormen de uitvoerbare titel.

De gegevens op deze lijsten die door de procureur des Konings of onder zijn toezicht, op een gepaste informatiedrager worden geregistreerd en bewaard, evenals hun leesbare weergave, hebben dezelfde bewijskracht als de originele gegevens.

De procureur des Konings geeft opdracht aan de administratie, die binnen de Federale Overheidsdienst Financiën bevoegd is voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen om de geldsommen opgenomen in de in paragraaf 3 bedoelde lijst in te vorderen, volgens de regels van toepassing op de gedwongen tenuitvoerlegging van strafrechtelijke geldboeten, met inbegrip van het vereenvoudigd derdenbeslag bedoeld in artikel 101 van het Algemeen Reglement op de gerechtskosten in strafzaken.

De invordering gebeurt op basis van een uittreksel uit de voormelde lijst, opgemaakt door de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de invordering.
De overhandiging door deze ambtenaren aan de gerechtsdeurwaarder van een uittreksel, met vermelding van de datum van uitvoerbaarverklaring van de lijst, geldt als volmacht voor alle tenuitvoerleggingen.

Als de overtreder aantoont dat hij geen kennis heeft kunnen nemen van het bevel tot betalen binnen de termijn om beroep in te dienen, kan hij dit beroep alsnog indienen binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de dag waarop hij van dit bevel kennis heeft gekregen of volgend op de eerste daad van invordering van de geldsom door of op vervolging van de bevoegde administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën.

 

   10/03/2017

Wijziging Vredegerechten

Vindt hier een overzicht van de sluitingen van Vredegerechten en de wijzigingen in hun territoriale bevoegdheden. ​

 

Vredegerechten - Justices de Paix

   13/02/2017

Dikaioma is verhuisd.

Dikaioma Waregem is verhuisd.

Het nieuwe adres: Groenbek 18, 8790 Waregem

Alle andere contactgegevens blijven hetzelfde:
Tel: 056 62 61 60
Fax: 056 60 86 15
E-mail: studie@dikaioma.be​

 

   10/01/2017

Wijzigen BTW-tarief pro deo-diensten advocaten en gerechtsdeurwaarders

Ingevolge de bepalingen van punt 28 van circulaire AAFisc nr. 47/2013 (E.T.124.411) van 20/11/2013 en van beslissing nr. E.T.129.361 van 19/01/2016 zijn zowel de pro deo-diensten die door advocaten worden verstrekt in het kader van tweedelijnsbijstand als de pro deo-diensten verricht door gerechtsdeurwaarders in het kader van rechtsbijstand momenteel onderworpen aan het bijzonder nultarief.

Door beslissing BTW nr. E.T.131.005 dd. 23/12/2016 zullen de pro deo-diensten die door advocaten worden verstrekt in het kader van juridische tweedelijnsbijstand, evenals de pro deo-diensten verricht door gerechtsdeurwaarders in het kader van rechtsbijstand, met ingang van 01/04/2017, onderworpen worden aan het normaal BTW-tarief van 21%.

De administratie aanvaardt dat het bijzonder nultarief van toepassing is op de ereloonstaten die uiterlijk op 31/03/2017 worden opgemaakt, zelfs wanneer de betaling ervan gebeurt op een later tijdstip.​

 

   28/11/2016

Begroting kosten aanmaning artikel 1394/21 Ger.W. na betwisting

Bij vonnis dd. 21/11/2016 in de zaak NV P./MC heeft de Rechtbank van Koophandel Gent, Afdeling Ieper (niet gepubliceerd) beslist dat de kosten die voortvloeien uit de procedure artikel 1394-21 Ger.W. ten laste vallen van de verwerende partij. In casu had verweerder een ongegronde betwisting gevoerd om dan nadien niet voor de rechtbank te verschijnen.

Sedert de inwerkingtreding op 02/07/2016 heeft Dikaioma op 09/01/2017 reeds 520 dossiers behandeld in het kader van de procedure artikel 1394/21 Ger.W.

Indien u vragen heeft omtrent deze procedure, kan u hiervoor steeds terecht bij onze gespecialiseerde medewerksters Ann-Sophie en Mellory.​

 

   23/06/2016

Invordering van onbetwiste geldschulden

Invordering van onbetwiste geldschulden
Het bekomen van een uitvoerbare titel zonder tussenkomst van een rechtbank, via de gerechtsdeurwaarder.

1. Een nieuwe procedure voor de invordering van onbetaalde facturen.
Elke onbetwiste schuld die een geldsom tot voorwerp heeft en die vaststaand en opeisbaar is, valt binnen deze nieuwe procedure. In deze procedure is er geen beperking voorzien voor wat betreft de omvang van het in te vorderen bedrag.
Bij de hoofdsom (factuurbedrag) worden de verhogingen en intresten die eventueel voorzien zijn in de factuurvoorwaarden toegevoegd, met een maximum van 10% ten belope van de hoofdsom van de schuld.
Deze procedure is thans enkel toepasbaar voor alle commerciële handelsdaden. Dus enkel in B2B, en niet tegenover publieke overheden of consumenten.
Deze invordering loopt via een gerechtsdeurwaarder en is een zuiver administratieve procedure.

2. Hoe verloopt deze procedure?
De invordering gebeurt door de gerechtsdeurwaarder, in naam en voor rekening van de schuldeiser op verzoek van de advocaat van de schuldeiser.
De gerechtsdeurwaarder betekent voorafgaandelijk aan de schuldenaar een aanmaning om te betalen.
In deze aanmaning wordt duidelijk vermeld over welke verbintenis het gaat (bv. een factuur) waaruit de schuld is ontstaan.
Daarbij wordt een duidelijke afrekening vermeld van alle geëiste bedragen.
De debiteur krijgt één maand tijd om zijn schuld te vereffenen of een afbetaling voor te stellen. Daarbij worden hem ook de mogelijkheden aangewezen hoe op deze aanmaning dient te worden gereageerd door middel van een verplicht bij te voegen antwoordformulier.

3. Het antwoordformulier
Bij deze aanmaning wordt een kopij gevoegd van de bewijsstukken (bv. facturen). Op deze wijze weet de debiteur perfect waarop deze schuld slaat.
Daarbij wordt ook nog een antwoordformulier gevoegd. Met dit formulier kan de debiteur aan de gerechtsdeurwaarder betalingsfaciliteiten vragen of de redenen te kennen geven waarom hij de schuldvordering betwist.

4. De reactie van de debiteur
Ingeval de schuldenaar betaalt of de redenen te kennen geeft waarom hij de schuld betwist, wordt de procedure beëindigd.
Bij betwisting kan de schuldeiser zijn rechten alsnog uitoefenen voor de bevoegde rechtbank, door deze in te leiden via een dagvaarding.
De schuldenaar kan ook een voorstel tot afbetaling formuleren, dat door de eiser dient te worden goedgekeurd. Dit wordt dan strikt opgevolgd door de gerechtsdeurwaarder.

5. Wat volgt na verloop van één maand?
Acht dagen na het voorloop van de termijn van één maand stelt de instrumenterende gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal van niet-betwisting op.
Daarbij kan hij vaststellen
dat de schuldenaar zijn schuld niet of slechts gedeeltelijk heeft voldaan
dat hij geen betalingsfaciliteiten heeft aangevraagd
geen redenen heeft te kennen gegeven waarom hij niet betaalt of de schuld betwist
dat de schuldenaar de overeengekomen betalingsfaciliteiten niet is nagekomen
6. Centraal Register
Deze procedure wordt door de instrumenterende gerechtsdeurwaarder integraal digitaal overgemaakt aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, die dit beheert en controleert in een Centraal Register voor de invordering van onbetwiste geldschulden (CROS).
Alle exploten (bv. de aanmaning en betekeningen), kennisgevingen, betalingsfaciliteiten, proces-verbaal, bijlagen, enz worden in dit register digitaal opgeladen. Deze gegevens worden daarin 10 jaar bewaard.

7. Gerechtelijke uitvoering
Het proces-verbaal van niet-betwisting krijgt vanuit het Centraal Register een formulier van tenuitvoerlegging, authentiek getekend door een magistraat en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. Dit formulier, samen met de uitvoerbaarverklaring, vormt de titel op basis waarvan de gerechtsdeurwaarder onmiddellijk tot gerechtelijke uitvoering kan overgegaan.
Achteraf heeft de debiteur eventueel nog steeds de mogelijkheid om een vordering in te stellen, mocht hij niet akkoord gaan met de bekomen titel. Deze vordering schorst de gerechtelijke uitvoering.

8. En wat kost U dit ?
Via deze procedure dienen thans geen (hoge) griffierechten meer betaald te worden, zoals dit het geval was bij een dagvaarding. Bovendien is deze procedure ook vrijgesteld van registratierechten.
De gerechtsdeurwaarder rekent voor de aanmaning de kost voorzien door het Tarief* van de gerechtsdeurwaarders. Deze kost is ten laste van de debiteur en wordt mee ingevorderd.
Deze procedure kost ongeveer 2/3 minder dan een inleiding via een dagvaarding.

* KB dd. 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief van akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen​

 

Info fiche voor de procedure

Inventaris der stukken

   28/04/2016

E-BETEKENING GOEDGEKEURD

E-BETEKENING GOEDGEKEURD

Op donderdag 28 april 2016 werd het Potpourri III wetsontwerp houdende internering en diverse bepalingen inzake justitie besproken & gestemd in de plenaire zitting van de kamer. Het resultaat: 109 parlementsleden stemden voor, 2 stemden tegen en 23 onthielden zich.

Potpourri III bevat twee belangrijke luiken voor de gerechtsdeurwaarders: de e-betekening en enkele aanpassingen in verband met de benoemingsprocedure.

E-betekening
Met de goedkeuring voor de e-betekening wordt een nieuwe stap gezet richting digitalisering van justitie. Gerechtsdeurwaarders kunnen in burgerlijke zaken en strafzaken voortaan beslissen of ze hun exploot op elektronische wijze betekenen of aan de persoon zelf. Dat de betekening in strafzaken niet verplicht elektronisch moet worden opgestart, is een gemiste kans voor de informatieverstrekking naar de parketten. In burgerlijke zaken is het dan weer evident dat de gerechtsdeurwaarder de keuzemogelijkheid krijgt, gelet op de lokale betrokkenheid van de gerechtsdeurwaarder en zijn kennis van het onderwerp. Ook het territorialiteitsprincipe blijft behouden.

In de praktijk zal de betekening aan een door de overheid opgelegd elektronisch adres of een gelijkgesteld gerechtelijk elektronisch adres gebeuren. Om de betekening op het gelijkgesteld gerechtelijk elektronisch adres te kunnen ontvangen, dient de bestemmeling via zijn e-ID hiervoor expliciete toestemming te geven. De e-betekening zal uiterlijk in werking treden op 31 december 2016, het is mogelijk dat de datum nog vervroegd wordt via een KB.

Alle exploten worden geregistreerd en maximum 30 jaar lang bijgehouden in een centraal register. De Nationale Kamer krijgt, als trusted third party, de opdracht om deze geïnformatiseerde databank uit te bouwen. Het kenniscentrum, die dit dossier mee opgevolgd heeft, is gestart met de voorbereiding van de uitrol van dit systeem.

Benoemingen
Het potpourri III-wetsontwerp bevat ook een aantal concrete maatregelen die een vlot verloop van de benoemingsprocedure moeten verzekeren en die de interne en praktische werking van de commissies dienen te vergemakkelijken:
• om geldig te beraadslagen en te beslissen, volstaat het dat de meerderheid van de leden van de benoemingscommissie aanwezig is (in plaats van alle leden);
• de termijn waarover de benoemingscommissie beschikt om het schriftelijk examen voor stagiair-gerechtsdeurwaarders te organiseren, te verbeteren en geslaagden op te roepen voor het mondelinge examen wordt verlengd met 30 dagen (van 60 naar 90);
• de vacatures voor het aantal vacante plaatsen voor gerechtsdeurwaarders, worden twee keer per jaar in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt (tenzij een afzonderlijke publicatie noodzakelijk is);
• door het grote aantal kandidaat-gerechtsdeurwaarders die een geldige kandidatuur indienen voor het kleine aantal vacante plaatsen, kan de benoemingscommissie beslissen om een lijst met te horen kandidaten op te stellen aan de hand van door de koning opgestelde objectieve criteria. Uiteraard kan elke kandidaat alsnog verzoeken om toch gehoord te worden.
Amendement: registratierechten bij procedure onbetwiste geldschulden
In de amendementen van Potpourri III werd opgenomen dat exploten en processen-verbaal van de gerechtsdeurwaarders in de procedure van de invordering van onbetwiste geldschulden vrijgesteld worden van registratierechten.

 

   11/03/2016

... INTUSSEN IN HET PARLEMENTAIR HALFROND ...

Op 11 maart 2016 werd het potpourri III wetsontwerp goedgekeurd in eerste lezing door de Kamercommissie Justitie. Dit ontwerp voorziet onder andere in de uitrol van de nieuwe procedure voor elektronische betekening, die kan toegepast worden in zowel strafzaken als burgerlijke zaken.
De territoriale bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder blijft behouden.

Daarnaast werd ook gestemd over enkele bepalingen aangaande de benoemingsprocedure tot titularis gerechtsdeurwaarder en een beter intern functioneren van de benoemingscommissies. De besprekingen in tweede lezing en in de plenaire vergadering gaan binnenkort van start (deze waren oorspronkelijk gepland op 22 maart maar werden geannuleerd vanwege de aanslagen).

 

   07/03/2016

PROCEDURE LOONBESLAG en LOONSOVERDRACHT

De procedure van loonoverdracht of loonbeslag wordt vereenvoudigd door de wet van 7 maart 2016.
Deze vereenvoudiging komt vooral de schuldeiser en gecedeerde schuldenaar ten goede.
De aangetekende brief aan de schuldenaar-werknemer blijft bestaan. Hij mag wel elektronisch verstuurd worden.

 

   07/03/2016

TOEGANG KADASTER DIGITAAL

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders en de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie hebben een principeakkoord van samenwerking en gegevensuitwisseling ondertekend.
Concreet betekent dit dat gerechtsdeurwaarders digitaal zullen kunnen opzoeken of iemand eigenaar is van een onroerend goed. Een grote tijds- en efficiëntiewinst.

 

   08/01/2016

Art. 806 Ger.W. opgeheven

De Potpouriwet I heeft met ingang van 1 november 2015 artikel 806 van het Gerechtelijk Wetboek opgeheven.
Volgens dit artikel verviel een verstekvonnis dat niet binnen het jaar was betekend. Het vonnis werd als niet bestaande beschouwd.

Thans moeten de verstekvonnissen, die vervallen zijn na 1 november 2015, niet meer geactualiseerd worden.
Concreet betekent het dus dat alle verstekvonnissen uitgesproken vanaf 2 november 2014 niet meer kunnen vervallen.

 

   01/01/2016

Centralisatie van het beheer van de gerechtelijke consignaties

Vanaf 01 januari 2016 wordt overgegaan tot de centralisatie van het beheer van de gerechtelijke consignaties door FOD Financiën.
Concreet betekent dit dat er nog slechts één Agentschap van de Deposito- en Consignatiekas de gerechtelijke consignaties zal beheren. Dit agentschap is gelegen in Brussel.
Daardoor verandert ook de werkwijze. De gerechtsdeurwaarder (anders dan een Brusselse) die de fondsen krijgt moet het proces-verbaal van kantonnement opstellen.
Hij stort de gelden binnen de drie dagen bij deze Deposito- en Consignatiekas. De Ambtenaar van de Deposito- en Consignatiekas moet melding maken van deze storting op het proces-verbaal van de bewaargeving van de gelden.
Daartoe zal dit proces-verbaal worden aangezegd en betekend aan de Ambtenaar via een Brusselse gerechtsdeurwaarder.

Praktisch :
Deposito- en Consignatiekas – Tel. 0257 746 20 -
Verantwoordelijke : De Heer Walter Gerlo, adviseur
consignaties.thesaurie@minfin.fed.be
Briefwisseling : Kunstlaan 30, 1040 Brussel
Bezoekers : Handelsstraat 96, 1040 Brussel
Rekening nummer : IBAN BE58 6792 0030 3279 – BIC PCHQBEBB

 

   18/12/2015

Akkoord over digitale informatie-uitwisseling met het kadaster in laatste rechte lijn

Het kenniscentrum van de gerechtsdeurwaarder (SAM-TES ) en de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (NKGB) werken samen met de patrimoniumdocumentatie aan een protocol dat elektronische gegevensuitwisseling tussen gerechtsdeurwaarders en het kadaster mogelijk moet maken. Op deze manier zullen gerechtsdeurwaarders, in het kader van hun opdracht, onder andere toegang krijgen tot de kadastrale beschrijving van goederen. In omgekeerde richting zal de partimoniumdocumentatie exploten met betrekking tot onroerend beslag elektronisch ontvangen.​

 

   18/12/2015

Consultatie van bankrekeningnummers mogelijk via CAP

In het nieuwe plan ter bestrijding van fiscale fraude, voorgesteld door minister Johan Van Overtveldt op 3 december 2015, valt te lezen dat gerechtsdeurwaarders ook toegang zullen krijgen tot het centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank van België (CAP). Deze verzamelt namen en rekeningnummers bij de financiële instellingen van dit land. Informatie over de bedragen of verrichtingen zijn dan weer niet opgenomen. De toegang tot deze informatie is momenteel beperkt tot fiscale inspecteurs en ontvangers en het centraal orgaan voor inbeslagname en verbeurdverklaringen.

De rechtstreekse toegang tot het CAP zal worden uitgebreid waardoor ook gerechtsdeurwaarders deze essentiële informatie zullen kunnen consulteren. Dit is goed nieuws, want op deze manier worden onnodige kosten vermeden en kan er tijd gewonnen worden.

 

   22/10/2015

Vormingsavond georganiseerd door Reditus en Connexx.

Op donderdag 22 oktober 2015 organiseerde Reditus, in samenwerking met Connexx een vormingsavond over Internationale onderwerpen. Twee Franse gerechtsdeurwaarders, Meester Hervé Pierson (Metz) en Olivier Gravelinne (Lille) kwamen toelichting geven over de rol van de Franse gerechtsdeurwaarder in Frankrijk, en vooral de mogelijkheden die er aanwezig zijn ter invordering van een titel in Frankrijk. Daarbij kwamen duidelijke verschillen met de mogelijkheden in België aan het licht. Daarnaast gaf Karolien Dockers een voorstelling van "Le Code Mondial de l' Exécution" die is opgesteld door de UIHJ (Union International des Huissiers de Justice). Deze werd goedgekeurd en voorgesteld tijdens het laatste wereldcongres gehouden in Madrid begin juni 2015. In deze wereldcodex worden in 38 artikelen fundamentele regels en standaarden aangereikt, die zouden moeten toepasbaar zijn in alle landen. De codex gaat uit van 4 fundamentele principes, die zijn : de rechtstaat en de rechtszekerheid, de kost van de uitvoering, de garantie van de mensenrechten door billijke uitvoeringsprocedures en de kwaliteitsvereisten voor de uitvoeringsagent.​

 

   16/10/2015

Wet Burgerlijk Procesrecht (Potpourri I) in werking.

Het lijvig wetsontwerp houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht, door Minsiter van Justitie Koen Geens gelanceerd onder de naam Potpourri I, werd op 16 oktober 2015 goedgekeurd in de Kamer, en is intussen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 oktober 2015. De wet werd van kracht op 2 november 2015.

Voor de gerechtsdeurwaarders zijn in de pas gestemde 'wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie' voornamelijk artikelen 32 tot 42 met betrekking tot de invordering van onbetwiste geldschulden tussen ondernemingen (B2B) van belang. In onze gangbare manier van rechtsuitvoering en rechtsorde betekent deze nieuwe werkwijze wel een fundamentele verschuiving, met name dat de gerechtsdeurwaarder een uitvoerbare titel kan verlenen tot invordering van schulden. In de artikelen 32 tot 42 wordt deze nieuwe procedurele werkwijze beschreven waarbij een administratieve procedure kan worden ingesteld via de gerechtsdeurwaarder bij onbetwiste geldschulden tussen ondernemingen. Tevens wordt onder beheer van de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders een "Centraal register voor de invordering van onbetwiste geldschulden" opgericht, waarin de gegevens verzameld worden die nodig zijn om het juiste verloop van de procedures voor de invordering van onbetwiste geldschulden na te gaan en het proces-verbaal van niet-betwisting uitvoerbaar te verklaren.​